Duitstalig Kwaliteitsblad PHOTON Manipuleert Testresultaten.

Het duitstalige kwaliteitsblad
PHOTON is een maandblad over de wereld van zonnestroom. De september uitgave uit 2007 bevat o.a. de resultaten van een test van verschillende merken zonnepanelen.

Uit die test blijkt, volgens PHOTON, dat voornamelijk europese panelen het erg goed doen. Aziatische panelen scoren daarentegen het slechts.

Siderea heeft de testresultaten nauwgezet bestudeerd en komt tot een heel andere conclusie. Alle panelen scoren gelijk.

In dit artikel een reconstructie over gemanipuleer met testresultaten van een blad dat zwaar leunt op de advertentie-inkomsten uit de PV-branche.

Merkwaardige testverantwoording.
In het artikel gaat het al snel fout. PHOTON besluit, om redenen die later duidelijk worden, een door de producent opgegeven STC vermogen van het paneel te gebruiken in plaats van het vermogen vermeld op het typeplaatje.
En dat is vreemd want kopers van zonnepanelen betalen tenslotte voor het vermogen vermeld op het paneel.

Bijkomend probleem is ook nog eens dat die door de fabrikant verstrekte 'vermogens' in veel gevallen sterk afwijken van het op het typeplaatje vermelde vermogen. De tolerantie in het geleverde vermogen van een zonnepaneel bedraagt slechts 3% tot 5%.

Desondanks besluit Photon om toch GEEN gebruik te maken van het vermogen op het typeplaatje. En dat heeft grote gevolgen voor de uiteindelijke testuitslag.

De Performance Ratio van zonnepanelen.
De test in het PHOTON artikel is redelijk eenvoudig. Plaats een paneel in het vrije veld en meet, een jaar lang, de hoeveelheid straling die op het paneel valt EN de elektrische energie die door het paneel wordt afgegeven.

Normeer de elektrische energie door deze te delen door het STC vermogen (kWh/kWp) en deel deze uitkomst door de gemeten instraling (in kWh/m2).

Het resultaat is de 'performance ratio' van het zonnepaneel. Hoger is beter.
Zonnepanelen in west-europa hebben volgens Siderea allemaal een PR van rond de 0,88.

Het werkelijke testresultaat.
Had PHOTON het paneelvermogen volgens het typeplaatje gebruikt, dan blijkt dat bijna alle panelen eenzelfde prestatie leveren. Namelijk, 86% a 90%.

Ter illustratie de PR van het beste en het slechtste paneel uit de test maar nu gebruikmakend van het vermogen op het typeplaatje van het betreffende paneel.
PHOTOWATT - PR 89,5%
SHARP - PR 88,4%

Aangezien de meetfout volgens PHOTON bijna 2% bedroeg kunnen we rustig stellen dat deze panelen identieke prestaties leveren. In de PHOTON test bedraagt het verschil maar liefst 10%.

De oorzaak zit duidelijk in het hogere 'STC' vermogen van het Sharp paneel. Dit monokristallijn paneel van 175Wp wordt door PHOTON behandeld als een paneel van 188Wp (opgave fabrikant). En dat is een verschil van maar liefst 7,5%. Het is dus niet verwonderlijk dat Sharp zo slecht presteert. De PHOTOWATT testpanelen daarentegen zitten, alweer volgens de 'opgave' van de fabrikant, allemaal toevallig net iets ONDER het vermogen volgens het typeplaatje met als voorspelbaar gevolg een hogere PR en uiteindelijk dus TESTSIEGER.

De Sponsor betaalt, de Sponsor bepaalt.
Waarom PHOTON klakkeloos door de fabrikant opgegeven STC vermogens gebruikt is niet echt een raadsel. Bedenk dat PHOTON een BRANCHEBLAD is door en voor de PV industrie, de bobo's, de professionals, de lobbyisten en hier en daar een PV enthousiast. Het blad is zwaar afhankelijk van advertentie-inkomsten uit de industrie.

Wil PHOTON dus een kostbare langdurige veldtest uitvoeren dan moet men op zoek naar een 'sponsor'. Die 'sponsor' is uiteraard een cellenfabrikant (SOLARWORLD?) en die ziet natuurlijk niets liever dan dat zijn panelen als (bijna) beste uit de bus komen.

Mocht uit de test echter iets anders blijken dan moet er misschien wel 'nauwkeuriger' meetdata aangedragen worden. Bijvoorbeeld de flash-data uit de fabriek. Dat die 'flash-data' niet klopte blijkt snoeihard uit de test. Er is dus geknoeid.

Voor een betrouwbare test had Photon trouwens de panelen ZELF moeten 'flashen'. Dan was die dure veldtest ook overbodig geweest.

Business as usual.
Het moge duidelijk zijn. De multi-miljarden PV industrie laat inmiddels niets meer aan het toeval over. 99,9% van de PHOTON lezers zal deze test slikken als zoete koek en braaf PHOTOWATT, SOLARWORLD of SHELL panelen gaan kopen. Want die zijn echt procenten beter. In het land der blinden is ......

Manipulatie is zo oud als de wereld. Ook PHOTON blijkt een podium voor de op snel geld beluste machtswellusteling. Hoezo duurzaam. Echter de doorzichtigheid waarmee dat vervolgens gebeurt is nog wel voor verbetering vatbaar. Maar ach, het is tenslotte nog een relatief jonge industrie.

Siderea parkeert PHOTON voorlopig even in het strafkamertje, foei.

Reacties en wetenswaardigheden over de wereld van (duurzame) energie.

Het artikel.
De website van de duitse zonnecellengigant
SOLARWORLD bevat een testverslag dat rechtstreeks overgenomen is uit het duitstalige maandblad PHOTON. Het blad voert regelmatig testen uit met zonnepanelen.

Uit dit testverslag blijkt dat SOLARWORLD en PHOTOWATT panelen het beste presteren qua opbrengsten. SHELL panelen (tegenwoordig een onderdeel van SOLARWORLD) doen het ook goed met een derde plek. Aziatische paneelfabrikanten doen het echter opvallend slechter dan hun europese broertjes. Het artikel besluit met de tendentieuze mededeling (van de auteur) dat beide firma's wel erg in hun nopjes zullen zijn met de resultaten !! De lay-out bevat uiteraard een advertentie van, jawel, SOLARWORLD.

Uit eerder onderzoek van Siderea blijkt echter dat zonnepanelen, qua opbrengst/Wp, nagenoeg gelijkwaardige prestaties leveren. De verklaring hiervoor is eenvoudig. Poly- en monokristallijn-panelen zijn allemaal gemaakt van silicium (het basismateriaal). Daarbij is het productieproces om tot een zonnecel te komen voor iedere producent zo goed als gelijk. Dat panelen gelijk presteren valt ook af te leiden uit de vrijwel altijd identieke specificaties.

Uit de PHOTON test blijkt echter verschillende merken panelen wel degelijk verschillend presteren. Verschillen die oplopen tot maar liefst 10%. Hoe zit dat.